Tocquevilles analyses van de democratische mens en instituties zijn zo beeldend en visionair dat ze talloze aanknopingspunten bieden voor de lezer van nu. Hij heeft een scherp oog voor zowel de sterke punten als de gevaren van de democratie: ‘Ik heb in Amerika een beeld gezocht van de democratie zelf, ik heb haar willen leren kennen, al was het maar om althans te weten wat wij van haar moesten verwachten of vrezen.’
Vertaald door Hessel Daalder en Steven Van Luchene.
Nawoord door Andreas Kinneging(1962). Hij is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Met Geografie van goed en kwaad (2005) won hij de Socrates Wisselbeker voor ‘het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek’.
‘Het werk van Alexis de Tocqueville over de democratie in de jonge Verenigde Staten, die hij in de jaren 1830 had bezocht, is van duurzamer gehalte gebleken dan alle werken van Karl Marx.’
– J.L. Heldring in NRC Handelsblad
‘Tocqueville was de intellectueel als paradox: een energieke melancholicus, een daadkrachtige twijfelaar, een aristocraat die geloofde in de democratie, een ongelovige die de christelijke moraal nuttig vond, een politicus zonder partij. Tocqueville werd het voorbeeld van iemand die boven zichzelf uit kon denken. Hij werd een aristocraat van de geest.’
– Carel Peeters in Vrij Nederland
‘Mark Rutte citeert om de haverklap uit Tocquevilles reisverslag over de jonge Amerikaanse democratie. Dit tijdloze pleidooi voor de liberale aspecten van de democratie vormt ideaal denkvoer.’
– Dirk Koppes in De Pers
