
Het
communisme was een van de krachtigste ideologieën van de twintigste eeuw. Op zijn hoogtepunt beheerste het meer dan een derde van het aardoppervlak en de helft van de wereldbevolking. Maar verbazingwekkender dan de snelle opkomst en de triomfen van het communisme was, in 1989, zijn razendsnelle ondergang. In een krachtig betoog voert David Priestland aan dat het communisme niet enkel een totalitair systeem was of een voortvarend moderniseringsproject. Het was eerst en vooral een radicale reactie op de vele politieke, economische en ethische ongelijkheden die de mensheid de laatste tweehonderd jaar hebben verdeeld. Maar terwijl het ongelijkheden wegnam, creëerde het paradoxaal genoeg ook nieuwe – en groef daarmee zijn eigen graf. Nu de kritiek op het geglobaliseerde kapitalisme en zijn financieel-economische uitwassen groeit, krijgt de communistische theorie weer actuele waarde.
(...) Priestland behandelt – met de
Sovjet-Unie in het middelpunt – alle communistische bewegingen en regimes: van
Noord-Korea tot
Cuba en van de
Oost-Europese tot de
Afrikaanse landen. Het zijn steeds de 'verworpenen der aarde' die zich tot het communisme aangetrokken voelen. In het rijke Europa hoopt de arbeider op bescherming tegen het uitbuitende kapitalisme, en op wereldschaal zien derdewereldlanden in het communisme vaak een snelweg naar modernisering en daarmee een manier tot onafhankelijkheid van de rijkere landen.(...) Meer bij
8-weekly.
David Priestland studeerde geschiedenis in Oxford en Moskou. Hij is als docent moderne geschiedenis verbonden aan de universiteit van Oxford. Zijn boek over het stalinisme, Stalinism and the Politics of Mobilization, verscheen in 2007.