Deze vijf lange gedichten of cycli geven zich slechts langzaam prijs, irriteren door hun ongrijpbaarheid en fascineren in hun duisterheid. De bijzondere laatste cyclus, die voortkomt uit een gedicht van Wallace Stevens, bevat in dit opzicht kenmerkende regels: ‘Gif in mijn hart / De smaak van het geluid van het denken / Mijn weerstand tot moes / De zinnelijkheid van abstractie / De zinnelijkheid die alles wil / Geschonken licht / In mij / De noodzakelijke pols van Waarheid / Je sterreloze blauwigheid / De koelte van het meer’.
Van cyclus tot cyclus hanteert Jan Lauwereyns een heel andere stijl; elke reeks behelst een nieuw experiment, en daarvoor is durf nodig, veel durf. Toch is Hemelsblauw ook een doorgecomponeerde bundel. De dichter blijft in zijn oosterse, haast mystieke verkenningen, dicht bij zijn eigen reflecterende kern, van waaruit hij de taal transformeert. Als lezer ervaar je dit proces van transformeren zo intens dat je deel lijkt te hebben aan het schrijven zelf, hoe vreemd of geestig de sprongen in de gedichten ook zijn.
De lezer kan actief deelnemen aan de processen van het denken en dichten, maar kan ook de bizarre, hemelsblauwe schoonheid van beelden en klanken ondergaan. Je ziet flarden van herinneringen, toekomstbeelden, geluksmomenten en pijnlijkheden opkomen en weer verdwijnen; je kunt je hart ophalen aan de fugatische variatie van thema’s en motieven, de bezweringen, de aansporingen, de opsommingen, de nieuwe woordscheppingen.'

Gisteren werd bekendgemaakt dat de in Japan wonende docent neurowetenschap en dichter Jan Lauwereyns de