Uitgeverij Nieuw Amsterdam meldt: "In deze hechte bundel van Edwin Fagel zwerven verschillende figuren rond de verteller. Een man gaat op de stationsvloer liggen, een vrouw drijft weg op zee, een serveerster vertelt de dichter dat hij ermee op moet houden. Ook Charlie Chaplin maakt zijn opwachting, maar niet in zijn bekende rol.
Tegen de achtergrond van geboorte, leven en dood geven Fagels gedichten uiting aan een zoektocht naar zingeving. Veel blijft ongezegd. Hoe dichtbij een lichaam ook komt, of het mogelijk is daadwerkelijk tot de ander door te dringen, blijft de vraag. Wat voor hulp kunnen de woorden van de serveerster bieden?"
---------------------------
Toen ze stierf
parkeerde ik de gehuurde auto aan de kust,
de zon stond laag en het water was kalm
en kalm liepen mensen op het strand heen en weer,
zag ik haar toen ik in het zand ging liggen,
ze kwam uit de branding gekropen, ik begreep niet
hoe dat kon, druppels water vielen
van haar huid in het zand,
ze wreef met haar hand over haar buik
en zei dat ze in verwachting was,
haar stem kwam nauwelijks boven de wind uit,
verdomme dacht ik, ik droom dit leven,
dat was de laatste keer dat ik haar zag,
het deed me denken aan hoe ze
op een ochtend bloedde,
aan haar kleren in de dichte koffers,
ik startte de auto, keek in de spiegels
en reed weg. De bomen in de berm waren wit.
- Edwin Fagel, uit: Het geroofde lichaam van Charlie Chaplin (Nieuw Amsterdam, 2011)
