|
HET PAROOL / PS / DONDERDAG 10 AUGUSTUS
2006
26 PS BOEKEN
Deze zomer in PS Boeken een serie over
boekhandels in Amsterdam. Hoe overleven ze?
Geven ze zich over aan de commercie, of
strijden ze nog voor een ideaal?
Vandaag boekhandel Van Rossum.
MAARTEN MOLL
BETH
JOHNSON heeft in haar boekwinkel altijd een
exemplaar van De Toverberg in de kast staan.
De eigenaresse van boekhandel Van Rossum in
de Beethovenstraat vindt dat bepaalde
klassiekers altijd voorhanden moeten zijn.
Bovendien is de roman van Thomas Mann op een
speciale manier verbonden met Van Rossum.
“Ben Jessurun Lobo, die Van Rossum vanaf
begin jaren dertig tot aan zijn dood in 1973
leidde, was zeer direct. Als hij iemand zag
met een boek dat hij helemaal niets vond,
rukte hij dat zonder pardon bij die persoon
uit de handen, en gaf er een exemplaar van
De Toverberg voor terug. Zo gedecideerd ben
ik niet.”
Boekhandel Van Rossum – in 1929 begonnen op
nummer 31 – is een begrip in Amsterdam-Zuid.
Een literair bolwerk. Op zaterdagen is het
vaak zo druk in de vrij kleine winkel, dat
uitgever Wouter van Oorschot eens opmerkte
dat hij had gewild dat Beth Johnson de
winkel nooit had overgenomen. Een liefhebber
van de boeken van Van Oorschot had hem
verteld dat hij niet wist waar hij heen
moest voor zijn boeken omdat hij zich niet
in de drukte wilde begeven.
“Ja,” zegt Beth Johnson glimlachend, “het
gaat goed met de winkel.” Johnson,
Amerikaanse én Nederlandse, werd in 2000
eigenaresse van de boekhandel. “Van Rossum
is een algemeen literaire boekhandel. We
hebben veel Nederlandse literatuur, veel
Engels, maar dat zal je niet verbazen,
geschiedenis en andere non-fictie zoals
theologie, judaïca en filosofie. Laat ik de
boeken uit de Verbum Holocaust Bibliotheek
van de nieuwe uitgeverij Verbum noemen.
Verder veel boeken over Amsterdam, heel veel
kinderboeken, kookboeken en bescheiden
plankjes met oorspronkelijk Franse en Duitse
literatuur.”
“Ik probeer goed gesorteerd te zijn en men
kan bij mij alles bestellen. We laten
klanten in hun waarde. Iets uit de
Bouquet-reeks? Prima, ik bestel het. Zonder
commentaar. Iedereen mag lezen wat hij wil.
Op het gebied van bestellen uit Engeland en
de Verenigde Staten hebben wij een naam hoog
te houden. Als je hier op maandag een boek
bestelt, en ik moet het uit Engeland halen,
ligt het op woensdag voor je klaar. En op
donderdag als ik het uit Amerika moet halen.
We zijn de snelste en goedkoopste. Dat gaat
een beetje ten koste van de eigen
portemonnee, maar ik vind dat we niet moeten
overdrijven als het gaat om de prijs van een
boek.”
Wat dat betreft heeft ze een andere visie
dan haar illustere voorganger Jessurun Lobo,
zo lezen we op de website van boekhandel Van
Rossum: ‘Klanten die zeiden dat boeken zo
duur waren, veegde hij de mantel uit met de
opmerking: ‘Een rokertje, dat is duur!
Boeken zijn het goedkoopste dat er is.’
Op de website is trouwens ook een filmpje te
bekijken over het interieur van de winkel.
Een claustrofobische ervaring. De
volgestouwde winkel klapt bijna uit elkaar.
Overal boeken, een paradijs voor de
bibliofiel. “Kom maar eens terug in
september, als het boekenseizoen weer is
begonnen, dan ligt er nog veel meer,” zegt
Johnson.
We lopen de tuin in. Daar staat een tent. Op
tafels staan dozen met aanbiedingen. “Graag
had ik de winkel doorgetrokken, maar dat mag
helaas niet van de gemeente. We moeten het
doen met de ongeveer tachtig vierkante meter
die we nu hebben. Er staan tussen de tien en
vijftienduizend boeken. Ik wil heel graag
uitbreiden, maar ik kan geen kant op.”
Beth Johnson kijkt een beetje sip. Dan:
“Maar we ruiken lekkerder dan vroeger. Er
zit een parfumerie naast ons. Vroeger, toen
Van Rossum nog schuin aan de overkant zat,
had de winkel een schoenmaker en een
viswinkel als buren.” Amsterdam-Zuid is een
welvarende buurt. Merkt Johnson dat in de
winkel?
“Er wordt hier niet met geld gesmeten. Men
maakt welbewust keuzes, en kinderen wordt
geleerd te kiezen wat ze echt willen lezen.
Ik eis veel vriendelijkheid en service van
mijn personeel. De boekhandel is voor veel
mensen een oase. Een rustige plek, en daar
wil je niet afgekat worden. We lezen veel –
wij waren de eerste boekhandel die Harry
Potter en De Da Vinci code verkochten –,
kennen onze klanten, en proberen ook die
boeken die wij goed vinden, maar die in de
pers nauwelijks aandacht krijgen, aan de man
te brengen. We leren ook veel van onze
klanten. Regelmatig worden we hier door
lezers van in de negentig terechtgewezen.
Als je eerlijk zegt dat je een bepaald boek
niet mooi vindt, krijg je van ze op je kop.”
De geest van Jessurun Lobo? “Ik vond The
dying animal van Philip Roth niet geweldig.
Na een zeer onplezierige scène heb ik het
boek weggelegd, net als een collega. Een
oudere lezer heeft ons toen een standje
gegeven. Dat we het boek gewoon moesten
uitlezen. Dat zij het wel goed vond. Ouderen
die blijven lezen en op de hoogte zijn van
wat er op literair gebied gebeurt. Prachtig
vind ik dat, heel stimulerend.”
In
de ‘geheime kamer’ boven
de winkel kunnen kinderen
op hun gemak iets uitzoeken.
We zijn inmiddels in de ‘geheime kamer’
beland. Een beetje de trots van Van Rossum.
De kamer ligt boven de winkel. Er staat een
bank en in de hoeken staan fijne
leesstoelen. Tegen de wanden kasten met
louter kinderboeken. Veel non-fictie. “Vaak
stuur ik kinderen met een stapel naar boven.
Kunnen ze hier op hun gemak een mooi boek
uitzoeken. Hier worden ook lezingen
gehouden, en cursussen literatuur. We doen
veel met auteurs, ook dat is terug te vinden
op de website. En we hebben een
nieuwsbrief.”
“We betrekken de klanten heel erg bij de
winkel want we houden echt van onze klanten.
Vaak, als ik uit het buitenland bestel, denk
ik, hé dat is wat voor die professor, of
voor die dame en dan bestel ik het. En dan
zijn ze blij.”
ER KOMT EEN jongen van een jaar of tien
binnen. “Kan ik je helpen?” zegt Johnson. De
jongen murmelt een ontkenning. “Ik ben in de
winkel erg bezig met kinderen die problemen
hebben met lezen, die spellend lezen of die
op een andere manier achterblijven.
Bijvoorbeeld als ze zelf gaan lezen. Veel
ouders stoppen dan met voorlezen, want ze
denken dat hun kind het nu zelf kan. “Fout!
Juist blíjven voorlezen. Op die manier
vergroot je hun woordenschat en blijven ze
geprikkeld. Ik heb zelf van dichtbij
ervaring met dyslexie. Daardoor kan ik ook
boeken aanbieden op dit gebied. Boeken die
nergens anders te krijgen zijn.”
Beth Johnson raakt op stoom. “Als ik
kinderen eenmaal aan het lezen heb, wil ik
ze blijven vasthouden. Probeer ik ze telkens
een stapje hoger te krijgen, richting
literatuur. We geven hier ook
schrijfcursussen voor kinderen. Ik neem
kinderboekenschrijvers mee naar basisscholen
hier in de buurt. Jemig, ik ben
echt een zendelinge...”
De jongen verlaat de kamer. “Mooi, hè,
kinderen komen nu ook alleen naar de
winkel.” Ze kijkt de kamer rond. “Ik zeg ook
tegen ouders dat op elke kinderkamer een
zaklamp moet liggen én dat ze hun kinderen
absoluut moeten verbieden in bed te lezen.
Ik lag vroeger met een zaklamp onder de
dekens de kinderboeken van Nancy Drew te
lezen.”
“Tieners, die ik als klein kind in de winkel
had, probeer ik aan de literatuur te
krijgen. En weet je wat verrassend is?
Sommige van die tieners komen hier en
zeggen: ‘Ik wil beter onderlegd worden, wil
meer van de wereldliteratuur weten. Wat moet
ik lezen?’ Dat is toch zeldzaam? Die geef ik
The great Gatsby mee, van Scott Fitzgerald,
of Of mice and men van Steinbeck. Goede kans
dat dat vaste klanten worden.” Want De
Toverbergmoet natuurlijk altijd over de
toonbank blijven gaan.
Het Parool
Terug naar
Over ons
|