|
|
|||||
|
Eind 1799 vertrekt Jacob de Zoet naar het eilandje Decima. Het is de verste handelspost van de VOC in Japan, dat verder afgesloten is van de wereld. Als jonge griffier moet hij de corruptie aantonen van het vorige opperhoofd. Dat valt niet goed bij zijn landgenoten die ook hun graantje meepikten, maar het brengt hem de vriendschap van een Japanse tolk. De Zoet komt in de ban van Orito, een Japanse vroedvrouw die, als dank voor het redden van een baby, mag studeren bij de Nederlandse arts Marinus op Decima. Meegesleept door liefde en werk doorziet De Zoet niet het verraad van de man die hij het meest vertrouwt en de naderende gevolgen. Bedrog en vertrouwen, liefde en lust, schuld en geloof, koelbloedige moord en wonderlijke onsterfelijkheid spelen een rol in deze fantastische roman, die uiterst levendig het bestaan schildert van gewone – en buitengewone – mensen die gevangen zitten in de aardverschuiving tussen Oost en West.
In de pers;
De auteur: |
Vanaf 1641 vormde de Nederlanders
ruim twee eeuwen lang het enige
contact tussen
Japan en de rest van de wereld.
Het kunstmatige eilandje
Decima voor de kust van
Nagasaki was de verste
handelspost van de
Vereenigde Oost-Indische Compagnie.
Een Nederlands opperhoofd was de
baas van dit eiland, dat kleiner was
dan de Dam in Amsterdam.
|
||||
|
|
|||||
![]() |
|||||
|
|
Beethovenstraat 32 |
||||