![]() |
|||||
|
|
|||||
|
Zomer 1917,
Saint-Lazare, de vrouwengevangenis van Parijs. Cel 12 - de dodencel -
krijgt een nieuwe bewoonster. De elegante vrouw moet haar bont, haar
hoed en handschoenen inleveren en wordt opgesloten in een ruimte met
tafel, stoel, bed, kruisbeeld, en een hoog raam. Haar bewaakster is een
jonge non. Drie dagen achtereen brengt die haar kip met boontjes en
nodigt haar uit te bidden. De vrouw weigert, slaat het bord uit haar
handen - zij is gewend velouté princesse te eten, oesters à la
florentine. Haar God is een Russische kapitein, zijn handen op haar huid
haar ervaring van het hemelse. De non neemt al deze zinnelijkheid
ontredderd in zich op.
Céline Linssen (1958) studeerde filosofie en filmwetenschappen. Ze
werkte als filmcriticus voor Skrien en schreef een geschiedenis
van de Nederlandse Filmliga (Het gaat om de film!, 1999). Ze
vertaalde diverse toneelstukken uit het Engels en Frans, onder andere de
veelbesproken vierdelige Proust-cyclus die het ro theater van 2003 tot
2005 opvoerde. De door haar geschreven theatervoorstelling Toen 't
licht verdween ging in 2005 in première. Sinds enkele jaren
schrijft ze ook filmscenario's. Duet is haar romandebuut. |
Duet is geen biografie van
Mata Hari. In de
afgelopen honderd jaar zijn er al zo veel waarachtige en minder
waarachtige levensbeschrijvingen van deze ‘Oosterse danseres’ (geboren
in Leeuwarden) verschenen dat ik, toen ik me in haar leven begon te
verdiepen, geen aandrang voelde daar iets aan toe te voegen. Eigenlijk
werd ik niet eens zo sterk door dit flamboyante leven gegrepen: de
exotische dansen, de theaters, de kostuums (of het ontbreken daarvan),
de party’s, de affaires. |
||||
![]() |
|||||
|
|
Beethovenstraat 32
|
||||