|
|
|||||
|
In een Leids veilinghuis trof schrijver Atte Jongstra drie kisten aan. Ze bleken de nalatenschap te bevatten van de bevlogen Zwolse burger Henry II Fix (1774-1844). Tussen alle papieren verschool zich het prozawerk De avonturen van Henry II Fix, een magistrale autobiografie waarin de schrijver zich een heuse romancier toont, en een scherpzinnig waarnemer in een turbulente tijd: patriotten, napoleontische bezetting, de geestdrift tijdens Neęrlands herstel na 1813, de 1825-watersnood, beroering rond de Tiendaagse Veldtocht in 1831. Fix schrijft, dicht, tekent, componeert, theoretiseert, doet uitvindingen en visionaire voorstellen op het gebied van stadsontwikkeling, volksvoorspoed, vrede en toerisme. Hij schetst zelfs de contouren van een Volkerenbond en de eerste aanzetten tot een wegenverkeerswet.
Ontroerende rode draad door De
avonturen van Henry II Fix vormt de
verloving met weduwe Wilhelmina
Wilders, die in het hart van Fix
nooit zijn moeder wist te
verdringen. En dan is er de
levenslange, tragische vete met de
Zwolse Prins der dichters Rhijnvis
Feith en diens navolgers. Een strijd
die versterkt zal hebben wat Fix al
van nature was: een buitenstaander.
'Wie de mooiste passages uit Fix' Avonturen wil vertonen, die moet het hele boek overschrijven. Voor een recensent is het dus voldoende om te zeggen: Lees het boek. - Hugo Brandt Corstius, NRC'
'Hoe het afliep, zullen we
hopelijk mogen lezen in deel twee
van deze roman. - Ed Schilders,
Volkskrant'
|
Atte Jongstra (1956, Terwispel)
ontving in 1998 de | ||||